“I’m gonna bring the country tuh-tuh-tuh-together.” Op een bijeenkomst in Georgia deed Donald Trump het dit weekend wéér: hij bespotte zijn tegenstrever, Joe Biden, vanwege zijn stotteren. Zijn publiek schaterde het uit.
Door Steven de Jong (dejongsteven@gmail.com)
Ik stotter ook. Tig keer heviger dan Biden. Waar Trump uitgefloten had moeten worden, scoorde hij punten. Kritiek op Biden om zich op 81-jarige leeftijd opnieuw verkiesbaar te stellen, oké. Maar daar hoef je het stotteren niet bij te halen. Die handicap staat daar los van. Spraakmotorisch is Biden geen atleet, maar je kunt gerust stellen dat hij het stotteren ontgroeid is.
Ontgroeid, inderdaad. Al gelooft hij zelf dat hij het overwon. In het tijdschrift People memoreerde Biden in 2011 hoe een non hem op zijn basisschool terechtwees (“Master B-B-B-Biden! What’s that word?”). Daarna besloten de juffen hem te helpen. “Ik had nooit professionele therapie”, schrijft hij over die tijd, “maar op school leerden ze mij ritmisch te spreken, ik las veel poëzie.”
Wat zegt de wetenschap? 5 tot 17 procent van de mensen die nu leven stotterde ooit, aldus het Journal of Fluency Disorders. Herstel vindt meestal plaats vóór het zevende jaar. Stotterende kinderen groeien er meestal overheen. Ook zonder logopedie of stottertherapie. Herstel bij pubers en volwassenen kan, maar is vrij zeldzaam. Eén procent van de bevolking blijft stotteren. Grote kans dus dat Biden er ook zonder oefeningen overheen gegroeid was.
Opmerkelijk vond ik het filmpje uit 2020, dat na de aanval van Trump dit weekend rondging. Daarin laat een vader zijn zoon Brayden kennismaken met Biden: “We zijn hier omdat hij stottert. Hij wilde je horen speechen.” Biden drukt de jongen troostend tegen zich aan: “Laat het je niet definiëren. Je kunt dit.” Hij vraagt zelfs een nummer zodat hij Braydon later kan vertellen wat hem hielp om van het stotteren af te komen. “Ik weet het: bellen is lastig, dus ik verwacht niet dat jij dan wat zegt. Het koste mij veel oefening, maar ik beloof je: jij kunt dit!” Met ‘dit’ bedoelt hij: het stotteren ‘overwinnen’.
Op zich hartverwarmend. Biden deelde met de beste intenties zijn oefeningen. En op de Democratische Conventie liet hij Braydon zelfs speechen. De jongen stotterde er toen overigens vrolijk op los. Ik hoop dat Braydon inziet dat zijn speech juist daarom bijdroeg aan de emancipatie. Had hij opeens vloeiend gesproken, kunstmatig gedrild door oefeningen die slechts tijdelijk effect hebben, dan was de boodschap anders geweest: dat het stotteren er niet mag zijn.
Het valse voorwendsel
De vader van Braydon, die steeds op de achtergrond bleef, zei nadien: “Braydon praat met wie hij wil en zegt wat hij denkt.” Hij liet het streven naar vloeiendheid achterwege. Een fijnere boodschap dan die Biden gaf, vind ik. Braydon was destijds 13 jaar. De kans dat hij met therapie het stotteren ‘overwint’ is volgens de wetenschap nihil. Hij zal waarschijnlijk zijn leven lang blijven stotteren en het niet zoals Biden ontgroeien. Het kan minder worden, maar therapie zal weinig invloed hebben. Net zoals slechthorenden en slechtzienden weinig baat hebben bij hoor- en kijkoefeningen.
Biden bedoelt het goed, maar dergelijke ‘ex-stotteraars’ zijn vaak schadelijker voor chronisch stotterende mensen dan pestkoppen zoals Trump. Ze praten kinderen een schuldcomplex aan. De stotterindustrie vaart daar wel bij. Vooral methodes zoals Del Ferro die al decennia binnenlopen met het valse voorwendsel dat je stotteren kunt ‘overwinnen’. Om nog maar niet te spreken van al die coaches die stotteren bestempelen als angststoornis. Dit soort kwakzalverij wordt bij doofheid ook niet getolereerd, waarom dan bij stotteren wel?
Ziekmakend isolement
Mijn persoonlijke verhaal? “Blijf werken aan je spraakhandicap”, noteerde mijn chef ooit in een verder lovend functioneringsverslag. De hoofdredactie van die kwaliteitskrant: “Vanwege je stotteren heb je hier maar een beperkte ontwikkelingsmogelijkheid.” Een collega, toen ik vertelde dat er best te leven én werken valt met stotteren: “Haha, ja dat zou pas emancipatie zijn, een stotterende journalist.” Alsof ik een grap maakte… Toen ik de Nederlandse Vereniging van Journalisten hierover inlichtte, kreeg ik te horen: “Ja, maar een spast kan ook geen concertpianist worden.” Jarenlang werd ik geïsoleerd in spraakarme functies. De hoofdredactie zag mij als redacteur het liefst solo werken, omdat er in een team sprake is van “snel overleg”. Pas toen ik minder ging stotteren, kreeg ik een volwaardiger plek. Waar anderen met een handicap ondersteuning krijgen, werd ik tegengewerkt. Hierdoor werd ik steeds minder zichtbaar. Een ziekmakend isolement.
Het helpt mij, en anderen die stotteren, dus niet als zogenaamde ‘ex-stotteraars’ zoals Biden doen alsof je er met oefeningen van kunt genezen. Die druk om vloeiend te spreken is killing. Deze traumatische ervaringen indachtig, kwamen die zalvende woorden van Biden nog harder binnen dan de schreeuwende intolerantie Trump.
Link naar het pdf-bestand van het artikel in dagblad De Morgen over stotteren.
Link naar het pdf-bestand van het artikel in dagblad De Morgen over stotteren.