Frank Loomans begon vloeiend te praten toen hij alle technieken losliet. ‘Spraak is te complex om te controleren’

Stottercoach Frank Loomans. Foto Wendy Boon

Stotteren isoleerde Frank Loomans van bijna alles wat het leven de moeite waard maakt. Tot hij op een dag in een boek van een lotgenoot las dat ‘spraak als een rivier is waarin het water als vanzelf stroomt’. Een levensveranderende metafoor. “Na vijftig jaar werd ik eindelijk mezelf.”

Het begon met ha-ha-haperingen en ontwikkelde zich tot blokkades en oplopende spreekangst. Dat is het verhaal van Frank Loomans (50) en ongeveer 200.000 stotterende Nederlanders. In tegenstelling tot de meeste mensen die als kind stotterden, hadden zij niet het geluk eroverheen te groeien. Met therapie of maniertjes weet een minderheid van de stotterende volwassenen de beperking weliswaar te beteugelen of te verbergen, maar niet zelden werkt spraaktechniek averechts. Om nog maar te zwijgen van de mentale last.

Voor Loomans, van huis uit automatiseerder omdat stotteren voor dat beroep niet zo’n belemmering leek, is het verhaal daarmee geenszins af. Jaren geleden raakte hij door het stotteren in een isolement en leed zwaar onder de angsten die ermee gepaard gingen. Nu is hij er vrijwel helemaal vanaf. In vloeiende zinnen vertelt hij via Zoom – vanuit Lent, Nijmegen – hoe beperkend het stotteren voor hem was. “Bij familie en vrienden kon ik redelijk zeggen wat ik wilde. Buiten die comfortzone sprak ik met trucjes. Ik blies dan bijvoorbeeld al mijn lucht eruit en sprak op mijn restadem. Dat gaf me nog enig gevoel van controle.”

In spreeksituaties die onvermijdelijk waren, stelde hij voortdurend vragen “zodat de ander steeds aan het woord is”. In winkels, bij sollicitaties en bij autoritaire mensen kon hij “echt volledig blokkeren”. Het klassieke beeld van iemand die hardcore stottert: persen, rood aanlopen, zweten, schokken. “Het lukte dan niet meer om helder na te denken over wat ik wilde zeggen. Er ontstonden zo twee Franken. Eén die zichzelf was en één die in een angst- en paniekstaat aan het overleven was.”

Juist niet nadenken
Op Wereldstotterdag, vandaag 22 oktober, vraagt Frank Loomans aandacht voor het opmerkelijke gegeven waar de meeste therapeuten overheen stappen. Dat bijna iedereen die stottert in een beperkt aantal situaties toch in staat is om vloeiend te praten: tegen een dier, een baby, een partner, hardop in jezelf of in sommige gevallen onder invloed. Het lukte Loomans om die onbevangen staat – waarin non-verbale gedachten bijna tegelijkertijd overgaan in vloeiend uitgesproken zinnen – op te schalen tot ver buiten zijn comfortzone.

Zijn bron van inspiratie? Ruth Mead, een Amerikaanse vrouw die zichzelf na 33 jaar ‘genas’ van het stotteren en dat proces beschrijft in haar boek Speech is a river. In 2011 uitgegeven en onlangs in het Nederlands vertaald door Stotterinsight.nl. Loomans: “Toen ik dat las, dacht ik, wow, dit klopt. 180 graden anders dan wat ik heb geleerd, maar verdomd, ze heeft gelijk!” Waar de titel op slaat? “Je kunt er bij een rivier op vertrouwen dat dat water blijft stromen. Wie vloeiend spreekt, vertrouwt er ook gewoon op dat de woorden blijven komen. Mensen die stotteren zijn ergens in hun leven gaan geloven – mogelijk omdat ze dat in therapie leerden – dat ze dat water, die waterstroom, steeds moeten controleren. Met stenen in die rivier, soms zelfs hele dammen. Wat helemaal niet nodig is, zelfs averechts werkt. Spraak is een veel te ingewikkeld proces om met je bewuste geest te controleren. Die overtuiging is voor mij de enige manier om vloeiend te kunnen spreken.” Na lezing nam het leven van Loomans een radicaal-positieve wending. Net als Mead bevrijdde hij zichzelf van de “verkeerde overtuigingen” en als gevolg daarvan begon hij overal vloeiend te spreken.

Anders gezegd werkt Ruth Mead het onorthodoxe idee uit dat mensen die stotteren helemaal niet geholpen zijn bij technieken die in stottertherapie onderwezen worden (klanken rekken, diep inademen, zin uit je hoofd leren, zangerig spreken). De natuurlijke spraak laat zich niet sturen, aldus Mead. Hoe minder interventie tussen gedachte en gesproken expressie, hoe beter. Prima om te bedenken wat je wilt bestellen, maar maak je niet van tevoren druk over hoe je ‘koffie’ omzet in geluid. Weg met dat script, improviseer! Een dwars doch realistisch betoog vol affirmaties die soms samenvallen met een Bijbelse spreuk, zoals: “Denk niet na over wat je zult zeggen en de geest zal door jou spreken.”

Veilig, maar niet gelukkig
Frank Loomans werd in 1999 aangenomen bij een ict-bedrijf. Anders dan hij had gehoopt, moest hij zich daar ook laten gelden in vergaderingen, telefonisch klantcontact en voortdurend collegiaal overleg. “Daar had ik zoveel ongemak bij, heel uitputtend. Ik kon mezelf niet zijn omdat ik me niet goed kon uiten. In vergaderingen zei ik vrijwel niets. Ik maakte me klein. Vroeger op school probeerde ik ook niet op te vallen. Kreeg ik toch een beurt, dan liep de spanning zo hoog op, dat het stotteren alleen maar erger werd.”

Drie jaar later ging het bedrijf failliet. “Gek genoeg voelde dat als een opluchting. Van oké, het hoeft even niet meer. Opeens had ik de tijd om over mijn toekomst na te denken. Maar de gedachte aan een andere baan beklemde me: ik zat namelijk nog steeds vast in een patroon van spanning en had nog geen manier gevonden om daarmee om te gaan.”

Hij koos ervoor om de jaren erna als zzp’er voltijds vanuit huis te werken. Ook in de automatisering, maar dan zonder die spannende spreeksituaties. “Hoera, dacht ik, dit is de oplossing. Maar eigenlijk was dat één grote vermijdingstruc. Mijn sociale kring werd kleiner en kleiner. Ik had alleen mijn vriendin, familie en enkele vrienden. Daarbuiten niets. Dat riep te veel spanning en stotters op. Dus ik bleef in mijn bubbel. Veilig, maar niet gelukkig.”

Er moest iets veranderen, wist Loomans toen al, niet wetende dat zijn ‘rock-bottom’ nog niet eens bereikt was. Er kwamen geen nieuwe klussen meer en zijn relatie ging uit. Het is dan 2009, het begin van de economische crisis. Zonder inkomen kwam Loomans, destijds 38 jaar, op straat te staan. “En ik zat nog steeds met dat stotteren en die spreekangst, een aandoening die alleen maar erger was geworden. Alles viel in duigen. Ik wist niet meer hoe of wat. En ik stond er vrijwel alleen voor, omdat ik mijn wereldje zo klein had gemaakt.”

Het mentale aspect
Gelukkig had zijn zus nog een kamer over. Hij vroeg een uitkering aan en solliciteerde, maar eenmaal op gesprek werd hij steeds afgewezen. “Ik kwam gewoon niet uit mijn woorden. Toen dacht ik: als ik mijn leven weer op de rails wil krijgen, moet ik eerst mijn spraak verbeteren.” Hoewel hij al van alles had geprobeerd – logopedie en diverse stottertherapieën – meldde hij zich weer voor iets nieuws aan. Dit keer een methode die ook het mentale deel behandelde: de gedachten en gevoelens die het stotteren in stand houden en verergeren.

Die nieuwe methode sloeg al snel aan, maar Loomans paste ervoor om voor de laatste dag familie en vrienden uit te nodigen. “Ik dacht: straks sta ik daar vloeiend te spreken, maar moet ik na een paar maanden toch weer schoorvoetend toegeven dat het wéér niet is gelukt.” Een reële angst: wat stotterende mensen in een klinische omgeving lukt, houdt vaak moeilijk stand in het echte leven. Maar tot zijn verbazing lukte het hem dit keer wel de techniek vast te houden. Hij veranderde van een persoon die stottert (hij is fel tegen het woord ‘stotteraar’, omdat hiermee persoon en beperking samenvallen) in een man die je welbespraakt kunt noemen. Hij werd gevraagd als coach bij de organisatie die deze methode internationaal had uitgerold. Van 2012 tot 2017 was Loomans zelfs directeur regio Benelux. Hij ontmoette daar zijn huidige vriendin Maartje, met wie hij twee kinderen kreeg.

Heerlijk onvoorbereid
Toch hield Loomans de methode op een dag voor gezien en nam ontslag. Met de techniek kon hij weliswaar bijna vloeiend spreken in situaties die hij eerder niet voor mogelijk achtte, maar het bleef techniek. Sociaal ongemak beïnvloedde nog steeds zijn spraak. Hij was in 2016 al begonnen met Speech is a river, een boek dat zijn leven zou veranderen. En zijn idee bevestigde dat de oplossing niet gezocht moet worden in nog meer spraaktechniek. Loomans: “Mensen die stotteren zijn al van zichzelf voortdurend bezig met trucjes die soms werken, maar op termijn enkel de spanning opbouwen en het stotteren verergeren.” In therapieen, zo redeneert Loomans, leren zij technieken die vastlopers kunnen voorkomen, maar ver afstaan van hoe de natuurlijke flow of speech gaat. “Als mensen die niet stotteren zó met hun spreken bezig zouden zijn, zouden ze vast en zeker ook gaan stotteren.”

Het was volgens Loomans “niet van ta-da: ik las het boek en was opeens vloeiendspreker”. Er volgde een proces van vallen en opstaan. Om het inzicht ‘spraak is een rivier’ te internaliseren, werkte hij aan zijn spirituele en persoonlijke ontwikkeling. “In plaats van aan het symptoom te werken, haalde ik stenen uit het water. Ik trainde mezelf in spreken vanuit flow, vanuit mijn automatische kern. Ik vertrouwde er voortaan op dat de woorden wel komen.” Dat wierp zijn vruchten af. In dit interview hapert hij geen enkele keer. In alles is hij nu welbespraakt: duidelijke articulatie, prettige intonatie, normaal spreektempo, intelligent geformuleerde zinnen, zonder zelfs maar een ‘uh’. Het kost alleen soms moeite om deze spraakwaterval te onderbreken, maar dat kan ook komen omdat de interviewer zelf stottert.

Hoe is het leven als vloeiendspreker? “Ik ben nog steeds dezelfde persoon, maar wel een vrijer mens. Ik vind het bijvoorbeeld heerlijk om onvoorbereid spreeksituaties in te gaan. Vroeger deed ik het omgekeerde. Op weg naar de bakker peinsde ik voortdurend over de woorden waarmee ik zou bestellen. Ik zat me helemaal op te fokken en dan stond ik daar verkrampt. Nu stap ik gedachteloos overal op af. Het helpt mij niet om met techniek of stotteren bezig te zijn. Doe ik dat toch, dan zeg ik tegen mezelf: stop, dit heeft geen zin.”

Van expert naar expert
Ruth Mead stotterde vroeger nauwelijks. Zo nu en dan een korte hapering, zo schrijft ze in Speech is a river. Ze had er totaal geen last van, totdat een lerares haar op die lichte onvolkomenheden wees en haar opdroeg dat maar eens te repareren. Mead: “In dit jaar veranderde ik van een meisje dat zo nu en dan s-s-s-stotterde, naar een meisje dat intense blokkeringen had op negentig procent van haar woorden. Vervolgens werd ze van ‘expert’ naar ‘expert’ gesleept, die het alleen maar erger maakten. De kwart eeuw die daarop volgde zou ze nooit zelf iemand op durven bellen, met alle sociale en professionele gevolgen van dien. Pas op haar drieëndertigste – na toepassing van eigen inzichten – belde ze voor het eerst iemand op. Terstond startte ze een bedrijf waarvoor ze elke dag uren moest bellen.

Frank Loomans schrijft in een blog: “In mijn vroege kinderjaren fietste ik altijd vrolijk door onze buurt, zwaaiend naar alle mensen. Maar die spontaniteit ben ik ergens verloren in de tijd dat ik naar de basisschool ging.” Ook hij begon pas op school echt te stotteren. Hoe meer er de nadruk op gelegd werd, hoe meer hij zich verstopte, hoe erger de stotters zodra hij gedwongen werd zijn mond open te doen. Dit is geen toevallige gelijkenis. Het is de weg die bijna iedereen aflegt bij wie het stotteren niet vanzelf overgaat en chronisch wordt.

Overtrokken reacties
Stotteren is in de ervaring van Loomans stress- en angstgerelateerd. “Wie relaxed is, is niet bang om te gaan stotteren en er nauwelijks mee bezig. Dan kunnen die woorden lekker flowen. Maar bij stress vernauwt die stroom zich. Dan wordt het krampachtig en moet je opeens hard werken.” De geïsoleerde momenten van vloeiendheid bij mensen die stotteren, sluiten een fysieke oorzaak volgens Loomans nagenoeg uit. “Dan is de ademhaling normaal en verloopt de samenwerking tussen de spreekspiertjes in tong, mond en keel soepel. Tot het moment waarop er opeens iemand de kamer binnenkomt of de telefoon gaat. Dan worden er programma’s geactiveerd die gedachten produceren als ‘kom ik wel goed over, oh jee, als ik maar niet ga stotteren, enzovoorts’. Dan gaat degene die stottert moeilijke letters zien en die proberen te vermijden. Wat eerder automatisch ging, wordt dan hard werken.”

Eén van de oorzaken voor chronisch stotteren, kan volgens Loomans dus een overtrokken reactie van de omgeving op een licht stotterend kind zijn. Wetenschappers zijn er niet over uit, maar maken wel onderscheid tussen kernstotteren (onbevangen gehakkel in de eerste levensjaren) en secundair stotteren. Dat tweede is een proces van jaren en wordt gevoed door angst en vermijding. Met fysieke uitingsvormen als knikken, dichtgeknepen ogen, persen of praten op restadem: trucs die ooit hielpen, maar op den duur stotters op zich werden. In de theorie van Speech is a river zou het zonder bemoeienis bij dat onbevangen gehakkel gebleven zijn. Kernstotteren dat zonder interventie prima te ontgroeien is.

Vanuit jezelf kletsen
Inmiddels heeft Loomans de inzichten uit Speech is a river en andere visies omgezet naar een eigen methode, ‘De Stottercoach-methode’. Sinds deze zomer helpt hij volwassenen de weg te volgen die hij zelf baande om zo goed als stottervrij te worden. Bovenop trainingen die hij eerder als coach volgde, specialiseerde hij zich in behandelingen als ‘stressologie’ en Emotional Freedom Techniques (EFT), dat zich net als het bekendere EMDR richt op het neutraliseren van negatieve gedachten en het ombuigen van beperkende overtuigingen. “Ik heb een holistische aanpak. Ik kijk niet alleen naar je spraak, maar naar je hele zijn, ook je tekort aan gelukshormonen. Ik breng je vervolgens flow-bevorderende oefeningen bij.”

Waar Frank Loomans eerst zijn dagen zwijgend achter een monitor sleet, spreekt hij nu net als Ruth Mead uren achtereen met klanten. Je zou kunnen zeggen dat Loomans stotterende volwassenen terugflitst naar de onbezorgde kinderjaren, toen ze nog onbevangen wat hakkelden en nog niet met hun stotteren bezig waren. Zoals kinderen hun haperingen doorgaans ontgroeien (slechts één procent van de bevolking blijft stotteren), zo helpt hij de volwassen stotteraars in het “hervinden van hun vertrouwen in de natuurlijke en spontane manier van spreken”. Of zoals hij dat eenvoudiger kan zeggen: “Dat je vanuit jezelf kletst.” (Foto Wendy Boon)

Een bekorte versie van dit interview stond op 14 november 2021 in dagblad Trouw. Vergezeld met een bespreking van een actueel wetenschappelijk onderzoek naar het ‘praat-alleen-effect’.